8. april, 2023

Zomaar een professor

Dit gaan ze  echt nooit geloven. Vanaf het moment dat de docente de opdracht uitspreekt verheug ik mij erop om ze thuis te vertellen dat ik vandaag geheel legitiem gesprekken in het Vondelpark mocht afluisteren.


Want, wat hebben mijn familieleden thuis een hekel aan mij wanneer ik in de buurt van groepen mensen ben en mijn extra antenne uitzet. Of ik nou in het ov,  een winkel of een restaurant ben, ik houd het liefste bij waar de gesprekken een stuk verderop over gaan. Het is een vorm van nieuwsgierigheid die ik niet kan onderdrukken.


De keerzijde is dat ik op dat moment minder goed bereikbaar ben voor de eigen familie en die afwezigheid wordt mij niet in dank afgenomen. Hen interesseert het niet waar de gesprekken over gaan. Ze schamen zich eerder voor mij. En nu mag het voor een keer. Zomaar. Ik krijg er zelfs de opdracht toe.


Even later vertrek ik opgetogen met pen en papier richting het Vondelpark. We krijgen een kwartier om af te luisteren en bij terugkomst een kwartier om een column over het gehoorde te schrijven. Genoeg mensen om uit te kiezen in het park, want het is zondag, droog en zonnig.


“Klere, wat een herrie!”, hoor ik ergens iemand met een onvervalst Amsterdams accent roepen. Als ik opkijk zie ik twee mannen van middelbare leeftijd met bossen grijs haar in keurige wielrentenues naast elkaar op een racefiets voorbijfietsen.


Als ik aan de overkant loop hoor ik hoe een tiener tegen een ander zegt: “Als dit het eindcijfer was, dan was het een vijf.” Daarachter vertelt iemand aan haar begeleider dat ze de benen aan het bewegen is en terwijl een Engelstalige moeder mij passeert vraagt ze aan haar dochter of ze water wil drinken.  De laatste vijf minuten neem ik plaats in het café van het lesgebouw. “To remain authentic is the real challenge”, is het laatste wat ik opvang voordat ik weer terugga naar de les.  


Ook al kan ik achter alle zinnen wel een verhaal bedenken en is authenticiteit bij het schrijven belangrijk, toch worden de wielrenners het onderwerp van mijn column. Toen ik opkeek was ik namelijk oprecht verrast door hun, in mijn ogen, geleerde en gedistingeerde voorkomen. Ik kon hun uiterlijk in ieder geval niet rijmen met het gebruik van het woord "klere" en het onvervalste Amsterdamse accent. En dat zegt wel wat over mij. Blijkbaar associeer ik een  grijze man van middelbare leeftijd met een professorachtig type dat het woord klere niet gebruikt en bovendien geen accent heeft. Hoezo vooringenomen.


Het duurt tot aan het avondeten voordat de familie bijeen is en ik enthousiast over de opdracht vertel. Ze reageren lauw. Hoezeer ik ook mijn best doe om uit te leggen dat afluisteren in deze opdracht voor inspiratie zorgde, zij zien nut en noodzaak niet en vinden het onfatsoenlijk. Maar, zolang middelbare wielrenners nieuwe inzichten over mijzelf boven tafel fietsen blijf ik er nog even mee doorgaan.