2. nov, 2019

Zomaar een onderbroek

Een beetje teleurgesteld lees ik door de pdf van mijn schrijfcursus. Les één bestaat enkel uit schrijfoefeningen waarbij je tien minuten moet blijven schrijven. Tien munten over een herinnering, over nagels, over de onderbroek die ik aan heb, over een koe, over een slechte zoen en over de kleur geel. Ik vrees alleen dat ik niet de juiste invulling geef aan de opdracht, want ik denk al dagen over de onderwerpen na en weet ondertussen genoeg te verzinnen om tien minuten te vullen. Als extra opdracht kan ik alle onderwerpen eventueel ook nog combineren in één verhaal.

Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je gelijk de hele pdf verslindt, maar zo deed ik het met de vorige schrijfcursus ook. Zodra de les binnen was ging ik meteen op zoek naar de eindopdracht en daar begon ik dan gelijk aan. Vervolgens wachtte ik ongeduldig op de veel te beknopte feedback en de nieuwe les met eindopdracht.

De eindopdracht behorende mij deze les één valt mij ook een beetje tegen. Ik moet een reflectie verslag schrijven met daarin hoe het gaat, wat me verbaast en wat mij irriteert. Wat mij irriteert weet ik wel: ik wil niet reflecteren, ik wil gereflecteerd worden! Ik wil feedback of een bevestiging van mijn (on)kunde van iemand die er verstand van heeft.

Gelijker tijd word ik een beetje moe van mijn eigen reactie. Waarom heb ik toch altijd die bevestiging nodig? Zoals mijn coach al zei: “Jij zegt pas dat je iets kan als je een bijbehorend diploma op zak hebt.” Het verlangen naar bevestiging is een rode draad in mijn leven. Doe ik het goed met de kinderen? Ben ik grappig, leuk en knap genoeg voor de mensen om mij heen? Wat kan ik nog bereiken in mijn werk? Kan ik wel schrijven?

En dus zijn deze oefeningen stiekem heel goed voor mij. Zomaar eens schrijven zonder aan publiek te denken en aan hoe ik overkom. En hoe stom ik het ook vind om over mijn onderbroek te schrijven, dit thema opent vast andere deurtjes in mijn hersenen dan de kleur geel. En dus lees ik dit keer de theorie tot aan de eerste opdracht zoals het hoort. Er staat ook een tip bij. Als ik niet meer weet wat te schrijven mag ik dat zo opschrijven. “Ik heb geen idee meet wat ik moet schrijven, ik heb nog steeds geen idee wat ik moet schrijven.” Ik denk dat die tip overbodig is. Met de woordenstroom in mijn hoofd zit het over het algemeen wel (te) goed.

Eerst de herinnering, dan de nagels en dan kan ik eindelijk eens, ongestraft, de vuile was/onderbroek buiten hangen.