11. aug, 2019

Zomaar een hoofdrol in een film

“Tegen wie heeft Ajax geloot?” vraagt papa geïnteresseerd als we aan tafel zitten. Automatisch herhaal ik zijn vraag. Verder verstaat niemand wat hij zegt. Het magere bovenlichaam schommelt heen en weer en het gezicht vertrekt ongecontroleerd. Hij neuriet wat en dat is een goed teken. Als de pieper gaat spring ik op om het handjevol pillen en een glas water met een rietje te pakken. Hij probeert de pillen zelfstanding in te nemen en verslikt zich daarbij. Ik doe alsof  het allemaal heel normaal is en probeer de fleurigheid er een beetje in te houden. De kinderen vinden het lastig om het mooi weer spel mee te spelen. Zij kennen opa alleen als broze, kromme man die veel tijd en aandacht vergt van zijn omgeving. In 2000 kreeg hij de diagnose Parkinson en de ziekte heeft meer dan zijn tol geëist. Hij woont al twee jaar in een verzorgingstehuis en vandaag is hij op bezoek in zijn eigen huis; het liefst was hij elke dag thuis.

Ik ben met mijn gezin op bezoek voor de slotdag van het zeilkamp. Mijn nicht en neef vertonen daar elk jaar hun kunsten. We zijn als familie niet vaak bij elkaar en zo is de slotdag een beetje geworden tot onze familiedag. Het is mooi weer en dus maken we er korte vakantie van en kamperen op een camping in de buurt.

Na het eten pakt papa zijn rollator en strompelt de tuin in. Wat ooit een kale vlakte was, is nu een oase vol bloemen, planten en bomen. Alle planten zijn begonnen als stekje en met veel tijd en zorg grootgebracht in zijn ‘Kindergarten’. Zo kwetsbaar hij is, met zijn rollator in zijn tuin komen er speciale krachten vrij. Hij kan daar weer stoeptegels verleggen en knopen leggen in touwtjes waarmee hij planten een bepaalde kant op dirigeert. De tuin is zijn rijk en het enige domein waar hij de regie nog in handen heeft. Ik vind het fijn om te zien hoe hij opbloeit in de tuin, want in mijn ogen maken alle ontberingen zijn laatste levensfase ondragelijk. Ook voor mij en ik ben niet eens de echte mantelzorger. Ik ben ‘slechts’ een dochter op afstand. Maar wanneer hij vindt dat hij door niemand meer wordt gehoord, belt hij mij. Als ik opneem kan ik alleen niets voor hem betekenen, helemaal niets. Als hij die avond teruggaat naar het verpleeghuis, gaan wij naar de camping. Tot morgen papa.

Als ik de volgende ochtend bij de zeilschool ben, gaat de telefoon: “Papa heeft een zware longontsteking. Hij wil niet worden behandeld en ze hebben hem beloofd het zo comfortabel mogelijk te maken.” Eigenlijk wacht ik al jaren op zo’n bericht, maar met dit scenario heb ik geen rekening gehouden. Wat een timing.

Als ik aan kom, ligt papa zonder kunstgebit op bed. Hij krijgt geen medicatie, eten of drinken meer. Ik voel nog geen emotie, ben meer met het proces bezig. Ik google op versterven om uit te zoeken hoe lang het wachten gaat duren. De hele middag zitten we op zijn kamer. Communiceren is lastig, zonder kunstgebit is hij helemaal niet meer te verstaan. ’s Avonds ga ik richting camping en als ik de tent in kruip word ik enthousiast ontvangen door mijn gezin. Zij hebben een leuke dag gehad.

De volgende dagen herhaalt dit onwerkelijke ritueel zich. Op dag vier begint het vervelend te worden. Papa heeft pijn en wordt steeds onrustiger, Hij heeft dorst en wordt boos wanneer ik hem water ontzeg. Jij wilde geen behandeling, denk ik. Niemand had verwacht dat hij het zo lang zou volhouden en ik hoop maar dat hij geen spijt heeft. Stiekem geef ik hem wat water met een sponsje. Het wordt gelijk afgestraft wanneer hij er bijna in stikt. Het oogt zeker niet comfortabel, maar er stond nou eenmaal niets op papier. Na aandringen krijgt papa dan toch een slaapmiddel en valt rustig in slaap. Die avond rijd ik naar huis. Papa is in diepe slaap en ik heb schone en nette kleren nodig voor wat komen gaat. Ik heb ook een tekst nodig en begin gelijk met schrijven. Ik merk voor het eerst dat ik het leuk vind om te schrijven. De volgende ochtend overlijdt hij. “Opa doot gegaan”, schrijft mijn dochter op haar scheurkalender.

Ik ben erbij als papa wordt verzorgd. Hij wordt weer een heer en dat doet me goed. Geen grimassen meer op het gezicht, geen doorlighaar en grijze pyjama meer. Hij krijgt een mooi overhemd aan en ik pluk zo lang aan zijn kapsel tot het laatste haartje goed zit. Zijn erudiete haardos was zijn handelsmerk, het maakte van hem de professor tussen alle Herr Doctoren in Duitsland. Het gevoel van kommer en kwel maakt plaats voor rust.

Later die avond komt er politie aan de deur. Er is brand geweest in papa’s kamer. Vol ongeloof luister ik naar het verhaal. Uren later blijkt het een smeulbrand met vooral roetschade te zijn geweest. Papa’s haar is weer even net zo zwart als vroeger. De uitvaartverzorgster doet haar best, maar hij lijkt anders.

De crematie is drukker dan verwacht, ik overwin mijn spreekangst en ontvang veel complimenten. Na de plechtigheid lunchen we in papa’s mooie tuin. Ineens landt er een vlinder op de wasmand. Ik ben nuchter, maar wil het toch even geloven. Ik maak een foto van het beestje en daarna vliegt het weg. Dat was het dan. Het lijkt wel een absurdistische film. De timing, het lange wachten en dan nog de brand. Ik hoop maar dat hij tevreden is met het script, de makers, de make-up, het decor en de rol die ik heb gespeeld op deze dag.

Ik denk ineens aan papa’s fascinatie voor de aftiteling van films en series. Hij keek ze altijd helemaal af en zei dan: “Er staat nou nooit eens een Heeres tussen.” Helaas kreeg hij die ene zomer alsnog de hoofdrol in een weliswaar hele slechte film.