1. jun, 2019

Zomaar wat humor

Gisteren kreeg ik het bericht dat een collega is bevallen van haar tweede zoon. Door haar buik te zien groeien kwamen er een hoop herinneringen in mij op. Zwanger zijn vond ik heel bijzonder en ik had gelukkig nooit ergens last van. De overgang van één naar twee kinderen vond ik echter wel echt pittig. Hoe lief de foto van de kleine man in haar bericht ook is, ik ben blij dat wij hier een kleine tien jaar verder zijn.

Kasper was alles behalve de grote broer die alleen maar kusjes gaf. We hebben nog een veelzeggend filmpje genaamd Zusje plagen. Al schaterlachend peutert hij het hoesje van de Maxi-Cosi los en komt niet meer bij wanneer het in Anouk haar gezicht valt. Anouk was opnieuw een baby van hazenslaapjes en daar werd ze gedurende de dag steeds ongezelliger van. Ik had me voorgenomen “het” bij de tweede anders te doen en het boek Regelmaat en inbakeren van Ria Blom in huis gehaald. Helaas weigerde ook Anouk zich in elke ritme te voegen. Misschien kon ik ook gewoon niet tegen een huilende baby.

Mijn geluk was het mooie voorjaar van 2008. Kasper vond het meerijdplankje achter de kinderwagen het enige leuke aan de komst van zijn nieuwe zusje. Staande hierop rondgereden te worden compenseerde zijn leed enigszins. Daarom ging ik elke ochtend met de kinderwagen op stap. In die periode had ik altijd wel een boodschap nodig uit een winkel aan de andere kant van Haarlem. (Ik hoop trouwens dat de plankjes tegenwoordig niet meer zo uitsteken en de scheenbenen van de huidige moeders wat minder bont en blauw zien.)

Eenmaal thuis deed Kasper zijn middagslaapje en ging ik met Anouk op de bank voor de televisie zitten. Anouk was in de middag een stuk beter te genieten wanneer ze twee uur op mijn borst geslapen had in plaats van een half uur in haar eigen bed. Dat had Ria vast liever anders gezien. Na het hapje aan tafel in de namiddag werden de kinderen overgedragen aan de thuiskomende vader tevens meewerkend voorman en verliet ik even de situatie. Vijf maanden later ging ik weer werken. Dat resulteerde in een druk ochtend- en avondritueel maar het gaf mij overdag mijn vrijheid terug. Zo voelde het althans.

Natuurlijk was het niet allemaal kommer en kwel, maar ik heb het zeker niet in een handomdraai gedaan. Van een nummer drie of zelfs nummer vier is hier in ieder geval nooit sprake geweest. Bij het zien van de honderden foto’s realiseer ik me ook dat de afgelopen tien jaar snel zijn voorbijgegaan. Naast Zusje plagen kom ik ook een filmpje tegen waar ik aan tafel zit te knutselen met de kinderen. Kasper zingt eerst een liedje en dan laat Ik Anouk alle dierengeluiden nadoen. Na mijn koe, hondje, muis en poes neemt Kasper het over en vraagt hij haar heel verwachtingsvol: ”En Anouk, hoe doet een eh varkje?” Anouk begint te knorren alsof haar leven er vanaf hangt en Kasper zag dat het goed was.

Als vanavond Anouk aan mij vraagt of ik een klein vorkje wil pakken, kijken Kasper en ik elkaar aan en roepen in koor: ”Ja Anouk, hoe doet een eh ….?” Wij kennen wel familiehumor en of die er was gekomen als ik me aan Ria's adviezen had gehouden? Ze heeft er in ieder geval nooit een boek over geschreven.