3. dec, 2017

Zomaar een surpise

“Mam, wil je me vandaag een keer naar tennis brengen?” Die ochtend was hij op de fiets al tot op de onderbroek nat geregend en dus streek ik over mijn grote moederhart en bracht hem tegen mijn principes in een keer met de auto naar tennis. Ik dacht nog: “Als ik nu maar geen ongeluk krijg…”

En toen zat er ineens een andere auto tegen de linker kant van mijn auto aan. Het ongeluk gebeurde voor mij totaal onverwachts. Mijn blik was gericht op de overkant van de kruising toen ik dat nare geluid hoorde en een knal voelde. Ik had wel een auto zien aankomen, maar die was van plan rechts af te slaan. Eerst hoopte ik nog op een andere verklaring, zocht ik naar een ander ongeluk, hoopte dat de schade minimaal zou zijn en ik opgelucht kon zeggen: ”Nou dat is net goed gegaan.” Maar toen ik Kasper geschrokken hoorde huilen was die hoop al snel vervlogen. Ik was betrokken bij een ongeluk en ondanks de relatief lage snelheden van beiden was het een fikse klap met veel blikschade. Het eerste ongeluk waarbij ik zelf aan het stuur zat, een andere auto betrokken was en de schuldvraag ook mijn kant op wees. Was de auto dan toch niet rechts afgeslagen? Had hij zijn knipperlicht onterecht aan? Had ik het verkeerd gezien? ik bleek met een andere auto gebotst te zijn. Deze auto had de afslaande auto ingehaald en ik had hem volledig over het hoofd gezien. Omgekeerd heeft hij mij waarschijnlijk ook niet (kunnen) zien aankomen. Gelukkig constateerden we beiden enkel blikschade en gingen we over tot het rillend en trillend van kou en schrik invullen van de formulieren. Ik heb de politie gebeld, maar die waren er na een half uur nog niet en wij hadden het allemaal zo koud, dat we zijn vertrokken. (Een paar dagen later ben ik bewust weer met Kasper langs de plek des onheils gereden. Het is inderdaad een onoverzichtelijk punt en ik vind het inhalen van een afslaande auto op die plek niet heel nodig. Het blijft echter een voorrangsweg en die heb ik niet verleend. Ik kan me nu wel beter neerleggen bij de troostende ‘dat-kan-gebeuren’-woorden die ik van iedereen kreeg.)

Eenmaal thuis zat de schrik er pas echt goed in en kwamen alle emoties eruit. De dag ervoor was de heer des huizes namelijk al thuisgekomen met een gekneusde rib. En dus versterkte mijn ongeluk mijn zo-is-er-altijd-wat en waarom-overkomt-het-altijd-mij gevoel. Dit moest een teken zijn. Ons hele leven moest anders. Huis verkopen, auto’s verkopen, banen opzeggen en apparaten de deur uit. Het roer moest om, het tempo omlaag en vanaf nu gingen er alleen nog leuke dingen gebeuren. “Elke dag gaat er wel weer iets mis in dit huishouden!” riep ik geëmotioneerd. Dat werd echter onmiddellijk ontkracht door de kinderen: “Nee hoor mamma, er is best wel eens een dag dat er niets is!”

We zijn een week verder. En na een emotionele dag heb ik weer beter geslapen, een verjaardag gevierd, een nieuw apparaat in huis gehaald, het oude apparaat herbruikbaar gemaakt en doorgeschoven, ondersteuning geboden met het maken van surprises met bijbehorende gedichten, drie dagen gewerkt, een hei-dag gehad, circus Gerstanowitsch gekeken, een traktatie gemaakt, vier wasjes gedraaid (de resulterende berg was moet nog wel gesorteerd worden), een bezoek gebracht aan het schadeherstelbureau, pakketjes gemaakt voor de dieet kinderen op school,  rekenbladen nagekeken, een vriendschapsverzoek van mijn naamgenoot Roelefien geaccepteerd en een eerste versie van mijn kerstdiner verhaal geschreven. We zijn weer terug bij de orde van de dag. Het au-geschreeuw vermindert ook merkbaar en dus moet ik de kinderen gelijk geven. Soms hebben we best een rustig dagje in dit huishouden. Alhoewel, samen met je dochter voor het eerst een panda maken van papier mache aan hand van een versneld filmpje op YouTube was geen hele rustige activiteit en ging gepaard met de nodige botsingen. Dit keer zonder blikschade…