Zomaar wat op papier gezet

20. okt, 2019

Op zoek naar inspiratie voor deze blog kom ik een website met veel leuke suggesties tegen: 133 onderwerpen om over te bloggen. Na wat wikken en wegen kies ik voor het schrijven van een brief. Ik kan kiezen tussen een brief van mijn 16-jarige of 75-jarige ik. Ik kies voor de 75-jarige brief, omdat ik gelijk een idee heb voor een bijbehorende foto. Nu de inhoud nog.

Ik beweer altijd stellig dat ik geen moederkloek ben, maar ik denk natuurlijk gelijk aan wat ik later over de kinderen zou willen kunnen schrijven. De rit is toch meer dan hobbelig. Als 47-jarige ik, kan ik alleen maar hopen dat het allemaal goed komt en dat zij later terugkijken op een mooie tijd.

Wat betreft hun gezondheid wil ik kunnen schrijven dat Kasper’s cholesteatoom voor altijd weg is gebleven en dat Anouk en haar vader, met dank aan een doorbraak in de medische wereld, alweer een lange tijd gewoon gluten kunnen eten. Dan kan ik ook schrijven dat ik me niet meer hoef te ergeren aan mensen die beweren dat het steeds gemakkelijker wordt, omdat er zoveel glutenvrije producten in de supermarkt liggen, terwijl mijn dochter zometeen eerst moet vragen wat de ander gegeten heeft voordat ze mag zoenen.

Verder wil ik graag schrijven dat Anouk is geworden is tot een zelfbewuste, evenwichtige en zelfstandige vrouw, die haar mannetje staat, terwijl Kasper een eigen pad ging en koos voor iets waar niemand aan had gedacht. En ik zou trots schrijven dat zij en de mogelijke kleinkinderen nog steeds klokslag vijf uur om een bakje rauwkost vragen. Is er toch nog iets blijven hangen van mijn opvoeding.

En wat zou ik dan nog over mijzelf willen kunnen schrijven? Dat ik gezond ben. Dat ik nog lang met plezier heb gewerkt. (Of dat met of zonder carrière switch is, dat ben ik op mijn vijfenzeventigste waarschijnlijk nog aan het onderzoeken). Dat ik vaker voor mijzelf kies, al vind ik dat ook wel een beetje een loze kreet. Dat ik na al die jaren niet meer zo omgevingsbewust ben en bijvoorbeeld niet gelijk in de stress schiet wanneer er een politieauto achter mij rijdt. En dat ik nog steeds af en toe naar album één en drie van kinderen voor kinderen luister.

Ondanks de moederkloek weet ik in ieder geval zeker dat ik schrijf dat ik geniet van het feit dat de kinderen zelfstandig en het huis uit zijn, al heb ik dan ook vast zorgen over later. Die zorgen los ik dan wel weer op in een brief van mijn 100-jarige ik.

13. okt, 2019

Op zoek naar nieuwe inspiratie probeer ik me al weken in te schrijven voor een cursus. ‘Lust in je leven door schrijven’, moet voor wat nieuwe brainwaves zorgen. Ik probeer om wekelijks een zomaar te schrijven, maar het onderwerp komt niet altijd vanzelf. Er zijn al zoveel onderwerpen de revue gepasseerd en ik ben bang om in herhaling te vallen. Misschien ben ik voorlopig wel uitgeschreven. En zo duurt de haat liefde verhouding met mijn hobby voort en ben ik regelmatig op zoek naar nut, noodzaak, feedback en een groter publiek. Zo nu en dan struin ik het internet af om vervolgens gedesillusioneerd weer af te haken. Er is al zoveel.

Facebook kent ook de mogelijkheid om je pagina of bedrijf te promoten. Ik heb drie jaar geleden iemand ontmoet die op deze manier bedrukte T-shirts verkocht. Uiterst enthousiast maakte ik toen de pagina Roelefien aan om er vervolgens nooit meer wat mee te doen. Ik plaats mijn blog er wel, maar het aantal bereikte mensen blijft op één steken. Facebook herinnert mij hier al een geruime tijd aan en sinds een paar weken geven ze mij zelfs vijftien dollar cadeau om mijn pagina te promoten. Na weken van dubben heb ik gisteren een doelgroep aangemaakt en het tegoed ingewisseld.

De dag erna heb ik alweer een beetje spijt. Wat moeten die mensen met mijn verhaal. Facebook laat je bovendien zien hoeveel mensen al zijn bereikt. Werkende vrouwen was de titel van mijn doelgroep, maar volgens de statistieken heeft het vooralsnog heel veel mannen bereikt. Heb ik toch iets niet helemaal goed gedaan. Nouja, je moet ook eens wat proberen in het leven en ik krijg ook vaak berichten van Facebook waar ik niet om heb gevraagd.

Terug naar de cursus. De inschrijving kwam steeds niet aan en toen heb ik rechtstreeks contact gezocht. Ik wacht nu op de lesstof in de hoop op inspiratie en nieuwe onderwerpen. Naast de nieuwe onderwerpen moet ik ook mijn teksten zorgvuldiger nalezen voordat ik ze plaats. Er zitten de laatste tijd vaak fouten in. Het betreft zowel slordigheden als ook taalfouten. Voor slordigheden is geen excuus. Wat betreft de taalfouten heb ik nou eenmaal kort onderwijs gehad in de Nederlandse taal. De dt-regels ken ik ondertussen wel, maar de Nederlandse grammatica eigenlijk helemaal niet. Kasper heeft morgen een toets over tekstverbanden en signaalwoorden. Gisteren nam ik de stof met hem door en keek vervolgens nog wat dingen na op YouTube. Het komt bij mij niet allemaal van nature. Het signaalwoord ‘dus’ kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor zowel een oorzakelijk als concluderend verband. Maar, is een gevolg ook niet een soort conclusie van een oorzaak? Of denk ik dan weer te ingewikkeld?

Vooralsnog zie ik nog genoeg mogelijkheden om mijzelf te verbeteren. Als eerste ga ik op zoek naar de lust in mijn leven door schrijven en dus ga ik nog wel even door. En, is hier sprake van een oorzakelijk of concluderend verband?

6. okt, 2019

“Dus jij gaat het presenteren, Roelefien? Ik wil namelijk graag dat iemand uit het team het doet en jij kan het ook gewoon goed.” En zo lig ik al weer wat nachten wakker en bereid ik in mijn hoofd een presentatie voor.

Presenteren is (vooralsnog) niet mijn hobby en ik heb grote bewondering voor de weinige mensen die dat wel goed en boeiend kunnen. Ik heb in mijn leven maar een paar keer voor een wat grotere groep gesproken en heb dan ook geen idee waarom deze collega meent dat ik het ‘gewoon goed kan’. Hij gaat er waarschijnlijk vanuit dat ik voor een groep net zo gemakkelijk praat als één op één. Voor een grote(re) groep is alleen alles anders. Ik word dan extreem bewust van mijzelf. En dat is helaas iets anders dan zelfbewust. Mijn hoofd scant het publiek en gaat zich van alles afvragen. Wat vinden ze van mijn lijzige stem? Wat vinden ze van mijn grijze haar? Wat vinden ze van mijn kledingkeuze? Wat vinden ze van mijn hoofd dat standaard rood wordt? Wat moet ik met mijn handen, waar ik altijd zo onhandig mee in de rondte zwier? Trilt mijn lip niet te veel? Pfffff, best vermoeiend.

Het lijkt me wel heel stoer om het goed te kunnen. Vier jaar geleden volgde ik daarom een cursus die je leerde presenteren via Storytelling. De trainster was toen enthousiast over mijn eindresultaat dat ik onder de naam presentatie1.ppt nog op mijn laptop terugvind.

Aangezien er nooit een presentatie2.ppt is bij gekomen, ken ik de theorie niet meer zo goed. Ik kan me nog herinneren dat een presentatie eigenlijk een verhaal is met drie gedeeltes. De introductie moet eindigen in een dilemma zodat het publiek betrokken wordt en kan nadenken over het onderwerp. Het tweede gedeelte bevat vervolgens de uiteenzetting en tot slot komt dan de mogelijke oplossing of conclusie.

Ondanks dat het jaren geleden is, kan ik het verhaal zo reproduceren, wanneer ik Presentatie1.ppt open. Ik zie veel plaatje, (data)taartjes en weinig tekst. De plaatjes geven het verhaal weer; ik kan me achteraf het enthousiasme van de trainster wel voorstellen. Het ging over een krantenkop die refereerde aan de honderd miljoenste contactloze betaling. Zo zwart op wit is honderd miljoen een enorm aantal, maar vergeleken met het totaal aantal transacties was het nog marginaal. Om het aantal omhoog te krijgen moest er wel wat gebeuren. Ik beschreef welke data zou kunnen helpen bij het opzetten van een effectieve campagne en in mijn slot maak ik daar een begin mee.

Vier jaar later gaat presentatie2.ppt er dus komen. Ik heb ruim een week om mijn ‘story’ voor te bereiden. De presentatie moet gaan over dat we met alle teamleden en hun competenties een business proces onder de loep hebben genomen. Op zoek naar een dilemma zet ik alle stappen nog eens op een rij: we begonnen met klantinterviews, destilleerden de customer experiences, transformeerden deze naar insights, keken naar data en gingen via de Double Diamnond zo naar verschillende solutions. En onderweg onderkenden we ook nog wat laaghangend fruit….

Genoeg stof (en laaghangend fruit) voor een dilemma. Ik moet toegeven dat ik als resultaatgerichte IT-er in sommige sessies wel eens door de zure appel moest bijten. En nu ben ik ook nog de pisang omdat ik het moet presenteren. Of, ervaar ik het nu toch anders? Kan ik best presenteren als ik maar genoeg plaatjes, taartjes en weinig tekst gebruik? Is het juist de kers op de taart na een leuke exercitie met een leuk team? We zullen het zien. Die zuurpruim in het publiek, die wat van mij wil vinden, die doet dat in ieder geval maar lekker.

28. sep, 2019

Tommy en Billie zijn gearriveerd. Afgelopen maandag hebben Anouk en ik de gerbils in de dierenwinkel opgehaald. Vooralsnog lijkt ze erg in haar hum, al verwacht ik nog wel iets van een cognitief dissonantische reactie bij haar. Veel vriendinnen krijgen op dit moment een kat en die is heel wat aaibaarder dan haar twee beestjes. Ik ben zelf alleen niet zo gecharmeerd van katten. Ik erger me elke zomer aan de geur van hun drollen in mijn tuin en mijn nachtrust wordt ook een paar keer per jaar verstoord door hun krolse herrie op de vroege ochtend. Bovendien komt een kat (op Harry na) alleen maar kopjes geven als hij honger heeft. Dat vind ik onsympathiek. Voor een hond heb ik te weinig tijd en dus moeten ze het hier met gerbils doen.

Ik had vroeger één gerbil, maar dat is tegenwoordig zielig. Het zijn nachtdieren en als er vriendinnen kwamen logeren moest Flopsie even de kamer uit. Hij woonde in een houten transportkist en elke nacht was hij druk. Op een ochtend had hij zich door de kist gegraven en liep hij ineens op mijn bed rond. Ik heb het gat toen afgedekt met een grote baksteen en tot een tweede ontsnapping is het nooit meer gekomen. Zijn broer huisde bij mijn zus. Die is een keer ontsnapt en beneden in de woonkamer met afgebroken tanden teruggevonden. Het bezoek aan de dierenarts kostte acht D-Mark en na liefdevolle verzorging met Brinta groeiden de tanden weer aan.

Met de eerst lichting gerbils, Hikkie en Fikkie, hebben we niet heel veel spannende avonturen meegemaakt al worden huisdieren altijd wel onderdeel van het gezin en herinneringen. Fikkie werd zo dik, dat ik haar al snel Dikkie noemde. Daar wordt Anouk met terugwerkende kracht nog heel boos om. En er is een legendarisch filmpje waarop Kasper ze aan het publiek voorstelt. ”Zoals je ziet hebben ze een hele reuzekooi (pauze) heel duur ook (pauze), maar dat maakt niet uit.” We hebben ze liefdevol verzorgd. F(D)ikkie moest tot slot ook naar de dierenarts, omdat ze geen boventanden meer had. Haar ondertanden bleven daardoor groeien en de arts knipte ze zo nu dan korter. Ik pelde voor haar de zonnebloempitjes, dus aan omvang heeft ze nooit in hoeven boeten.

In ieder geval kwam Anouk met het idee om weer gerbils te nemen en de (dure) reuzekooi stond er toch nog. Gelukkig duurde het nog twee weken voordat de dierenwinkel ze kon leveren, anders hadden we nu Appie en Cruijffie in huis gehad. Vooralsnog is ze een enthousiast baasje. Elke avond komen ze al pitjes van haar hand eten. Ik heb op YouTube gekeken om te zien of ze ook trucjes kunnen leren. Ik vond een gerbil die door een ringetje springt. Dat lijkt mij wel een project voor mij. Misschien zijn er dan weer eens twee in huis die wel naar mij luisteren…

22. sep, 2019

Wat maakt het toch een naar en indringend geluid. Afgelopen week nam ik in de parkeergarage een bocht te krap. Zo balen. Ik ben er nog een paar nachten van wakker geschrokken. Mocht ik ooit nachtelijke opvliegers krijgen, dan weet ik alvast hoe warm ik het kan krijgen. Waarom heb ik niet zo, waarom heb ik niet zus. Ik ben al honderden keren uit die parkeergarage gereden. Geen idee ook welk obstakel ik heb geraakt. Ik kon de schade pas bekijken toen ik beneden was en voorlopig kom ik daar niet meer. Vanaf maandag parkeer ik ergens anders.

De reactie thuis was mild. Ik kan me ook wel wat botsinkjes uit het verleden herinneren, maar de laatste tijd ben ik toch steeds de schuldige. In mijn blog Zomaar een surprise schrijf ik al eens over een ongeluk en dus is dit de tweede schade binnen een kleine drie jaar is. Toen wilde ik het het roer nog drastisch omgooien. Nu zaten de emoties niet zo hoog, al zijn er op weg naar huis wel wat traantjes gevloeid. Op zo’n moment regeert zelfmedelijden. Ik vraag me dan af waarom alles altijd mij overkomt, al weet ik best dat ik net wat te gehaast en geïrriteerd de auto in stapte, omdat alles stom was en deed.

Een paar dagen eerder had ik de workshop Human Growth gevolgd. De workshop is verplichte kost en moet ervoor zorgen dat we ons nog verder ontwikkelen in een omgeving die steeds meer om wendbare & duurzame werknemers vraagt. De trainer daagde ons uit om te groeien door bij onszelf te beginnen door aan bepaalde kernwaarden te werken. Ik weet nog steeds niet goed wat ik van de workshop vond. Natuurlijk begint elke verandering bij jezelf, maar je bent ook gewoon wie je bent. Blijkbaar leven we in een wereld waar dat nooit meer goed genoeg is. De trainer was wel goed. De reacties van de collega’s op de workshop erg wisselend.

Naast mij ligt het boekje dat we meekregen. Het bevat opdrachten over onze reis door het leven, onze mindset en de kernwaarden. Op pagina twaalf kom ik een voor deze week toepasselijk hoofdstuk tegen. Neem afscheid van zelfmedelijden…. Er zijn geen valide redenen om zelfmedelijden te verwelkomen… Natuurlijk mag jij je best zo nu en dan realiseren dat het heftig is waar je aan werkt of voor gaat…

Is dat dan mijn les van afgelopen week en moet dit mijn leerpunt worden? Was ik zonder zelfmedelijden op een andere manier de auto ingestapt? Wanneer alles niet stom was en deed, maar dat het heftig waaraan ik werk? Is dat niet een beetje overdreven? En mag ik mezelf dan nooit meer even heel zielig vinden? Ik weet het niet. Ik kan ook gewoon wat vaker de bus nemen in plaats van de auto. Dat is wel zo flexibel. En laat flexibiliteit nou één van de kernwaarden zijn.